Urban Sketching of Zen Zien Tekenen?

Kun je Zen Zien Tekenen op een Urban Sketch-evenement?

Begin september was ik op een door Urban Sketchers Nederland georganiseerde, landelijke schetsdag in Rotterdam. Ik vroeg me af: kan ik daar aan Zen Zien Tekenen doen, terwijl ik tegelijkertijd ook als Urban Sketcher aan de gang ga? Is er een wezenlijk verschil? Wat is Urban Sketching eigenlijk?

Wat is Urban Sketching?

Ik zocht het op, op de website van Urban Sketchers, een internationale beweging die de ontwikkeling nastreeft van een wereldwijde gemeenschap van tekenaars die tekenen op locatie. In hun missie staat dat zij het niveau van op locatie tekenen wil verhogen op artistiek en educatief gebied en op het gebied van het vertellen van verhalen door middel van tekeningen. Daarnaast wil zij de beoefening van het op locatie tekenen stimuleren en mensen die op locatie tekenen met elkaar in contact brengen via hun tekeningen, of ze nou op reis tekenen of op de plek waar ze wonen. Trefwoorden zijn dus: op locatie, verhogen van het niveau van tekenen, mensen met elkaar verbinden door tekeningen met elkaar te delen.

Wat is Zen Zien Tekenen?

Is dat ook waar het bij Zen Zien Tekenen om gaat? Frederick Franck, de man die aan de basis lag van het Zen Zien Tekenen, noemt Zen Zien Tekenen een oefenweg in het zien met onbevangen ogen, een weg die ons in direct intiem contact brengt met de zichtbare wereld en daardoor met onszelf . Trefwoorden hier zijn: oefenweg, onbevangen zien, intiem contact met de buitenwereld en met onszelf.

Waar ligt de nadruk op? 

Waar Urban Sketching dus de nadruk legt op het maken van een tekening om daarmee de omgeving tot uitdrukking te brengen en als middel om mensen met elkaar in contact te brengen, legt Zen Zien Tekenen de nadruk op het gevoelscontact tussen de tekenaar en dat waar hij of zij naar kijkt. Het draait bij Zen Zien Tekenen vooral om de activiteit van het tekenen als middel om dat contact te intensiveren en om beter te leren zien. Het is tekenen als meditatievorm. En dat resulteert dan in een tekening. Teveel belang hechten aan de tekening ‘als resultaat’ kan de onbevangenheid van het tekenen en kijken in de weg staan.

Individueel of collectief karakter?

Zen Zien Tekenen is vooral een individuele aangelegenheid. Urban Sketching heeft een meer collectief karakter. Hoewel ook Urban Sketchers vaak individueel tekenen, wordt het delen van tekeningen gezien als een belangrijk onderdeel ervan. Bij Urban Sketching komt vanzelf daardoor de nadruk ook wat meer te liggen op de tekening in plaats van op het tekenen. Het beter leren kijken naar de omgeving wordt gezien als iets dat daarbij nodig is en dat zich min of meer vanzelf ontwikkelt.

Waar richten tips en oefentechnieken zich op?

Je merkt het verschil ook in de oefentechnieken of tips die je leert op workshops. Bij Urban Sketching zijn die meestal gericht op materiaalgebruik, op lijnvoeringen, en op zaken als kleurgebruik. Bij Zen Zien Tekenen op beter leren zien, op gevoelscontact maken met dat waar je naar kijkt.

Dus: kan ik Zen Zien Tekenen op een Urban Sketch evenement?

Terugkomend op de vraag waarmee ik begon: kan ik Zen Zien Tekenend deelnemen aan een Urban Sketchdag? Ik denk het wel. Beide tekenvormen gaan er in ieder geval van uit dat je graag tekent. De voornaamste uitdaging voor een Zen Zien Tekenaar zal zijn om te blijven streven naar het maken van gevoelscontact met dat wat gezien en getekend wordt, maar ook om op zo’n dag niet teveel te willen streven naar een mooie tekening om trots aan anderen te kunnen laten zien. Het belangrijkste verschil zit in de intentie waarmee getekend wordt. Van buiten zie je geen verschil.

Geen Urban Sketcher zal kunnen beweren dat ik op een Urban Sketchdag niet thuishoor. En niemand zal kunnen zeggen dat ik daar niet bezig ben met Zen Zien Tekenen. Alleen ikzelf weet vanuit welke intentie ik teken.

Advertenties

Een boom als koan

“The tree I am drawing… becomes the koan with which I totally identify” (Frederick Franck in The Awakened Eye)

“De boom die ik teken… wordt de koan waarmee ik me volledig identificeer” (Frederick Franck in “The Awakened Eye”)

Frederick Franck, de grondlegger van het Zen Zien Tekenen, vergelijkt het tekenen van een boom met het werken aan een koan. Ik vroeg me af: In hoeverre is de beoefening van Zen Zien Tekenen eigenlijk vergelijkbaar met koanstudie als onderdeel van een zenweg?

Om daarop een antwoord te vinden las ik het boek “Koan, contemplatie in woord en gebaar” van Nico Tydeman, in de hoop meer te weten te komen over koanstudie.

Antwoorden op een koan

Koans zijn vaak raadselachtige verhalen of raadselachtige uitspraken waarop een ‘passend’ antwoord, of reactie gevonden moet worden. Als je als beoefenaar zo’n antwoord gevonden denkt te hebben, laat je dat aan je zenmeester weten en die bepaalt dan of je antwoord ‘juist’ is – of je iets van ‘verlichting’ hebt bereikt.

Voorbeelden van koans zijn:

Wat is het geluid van het klappen met één hand?

En:

Wanneer hier en nu alles dat je kunt bedenken niet zal werken, wat ga je dan doen? (de ‘fundamentele’ koan van Hisamatsu)

In tegenstelling tot wat wel eens gedacht wordt, is het niet zo dat er maar één tevoren bepaald antwoord juist is. Er zijn geen vastgestelde ‘juiste’ antwoorden. Waar het om gaat is dat jouw reactie op de koan laat zien dat je echt doordrongen bent van de essentie van de koan. Om een dergelijk ‘juist’ antwoord te kunnen geven, moet je in die koan opgaan, je moet hem een tijd lang je volle aandacht geven.

Wanneer Frederick Franck Zen Zien Tekenen vergelijkt met koanstudie, heeft dat onder andere dáármee te maken. Dóórdringen in dat wat je waarneemt, het een tijd lang je volle aandacht geven in de hoop dat je kunt gaan ‘zien’ wat het wezen ervan is. Bij Zen Zien Tekenen geef je het onderwerp van tekenen je volle aandacht. Daaruit kan dan jouw tekening als een soort koan-antwoord ontstaan.

Het komen tot een antwoord

Maar hoe verloopt dat dan, dat komen tot een ‘juiste’ reactie op een koan. Tydeman beschrijft een kenmerkend, vaak terugkerend verloop:

“Eerst wordt informatie ingewonnen en wordt nagedacht over de koan. Er wordt gevraagd naar de betekenis, de bedoeling, enzovoorts. Er wordt gezocht naar interpretaties. Bij zazen probeer je dan bijvoorbeeld met grote concentratiekracht tot de kern door te dringen. En dat alles is nodig om verder te gaan. Totdat de vertrouwde betekenissen, de gewone interpretaties achtergelaten worden en het voorval zelf het woord krijgt. Op dat moment ontstaat er ruimte voor het ontwaken van het boeddhahart in ons zelf. Of in Christelijke termen kan God dan de ruimte van het ontledigde bewustzijn innemen.”

Ik vat dit op als: je probeert op allerlei manieren te bedenken hoe je de koan zou kunnen oplossen, er vat op te krijgen, totdat je merkt dat alles wat je rationeel kunt bedenken niet werkt. Want zo zit een koan in elkaar: je kúnt niet bedenken wat het antwoord is. Pas als je het bedenken van een oplossing helemaal loslaat, het niet meer heel hard probeert, maar de koan wel je volle aandacht blijft geven, ontstaat er ruimte en kan er van binnenuit een passende respons opwellen.

Zo ben ik bij het Zen Zien Tekenen meerdere malen wanhopig geworden over hoe ik iets kon vangen in een tekening: zoals een struik met duizenden blaadjes. Ik bedacht allerlei manieren: ze allemaal tekenen, of er een paar tekenen en de rest suggereren. Maar pas toen ik dat opgaf en gewoon, kalm en met volle aandacht alleen maar tekende, telkens weer opnieuw, kwam er leven in. Pas toen ik mijn hand en niet mijn hoofd het werk liet doen ontstond er iets dat misschien een antwoord was. Iets waarvan ik dacht: ja, dat is die struik.

Niet nastreven

Pas toen ik stopte met het nastreven van een goed resultaat gebeurde er dus iets. Tydeman schrijft daarover:

“Er wordt aangespoord om grote inspanningen te verrichten […], zonder echter al te veel nadruk te leggen op het uiteindelijke doel”.

Ook dat is wat we bij Zen Zien Tekenen oefenen: niet nastreven dat we een mooie tekening afleveren. We kijken daarom niet naar de tekening, maar naar het onderwerp: we tekenen grotendeels ‘blind’. Het gaat ons om het zien/tekenen, niet om de tekening. Net zoals het bij koanstudie niet gaat om het antwoord zelf, maar om waar dat een uiting van is: het er aan voorafgaande proces.

En zoals bij een koan jouw respons dus de sporen bevat van het proces van vinden van die respons, zo is voor de geoefende kijker (en voor jezelf) het zien/tekenproces terug te lezen in je tekening.

Het loslaten van het nastreven van een mooie tekening is in dat proces cruciaal. Dat blijkt telkens weer een hele opgave. Het is een van de belangrijkste uitdagingen in je beoefening: tijdens het tekenen, in stilte iets je volle aandacht blijven geven en je dan niet druk maken om de tekening die er uit voortkomt.

Je geest gade slaan

Bij het mediteren of contempleren (zoals Tydeman het noemt) op een koan wordt geadviseerd:

“het stille rechtop zitten, de geest rustig en oplettend gade slaan, zodat je kunt zien hoe de geest altijd beweegt, als stromend water. Doe dit rustig en aandachtig tot zijn bewegingen zich oplossen in vredige stabiliteit. Eerder dan verlichting te bereiken, wordt aangeraden verlichting eenvoudigweg te laten gebeuren.”

Ook bij Zen Zien Tekenen is dat het advies: behalve je onderwerp aandacht geven, ook gade slaan wat er met jezelf gebeurt als je aan het tekenen bent. Je frustraties waarnemen en weer loslaten, je resultaatgerichtheid constateren en loslaten, je onrust waarnemen omdat iemand over je schouder meekijkt en die onrust accepteren. Met mildheid gade slaan, slechts constateren en wachten tot je geest tot rust komt. En omdat ook dat proces zijn sporen nalaat in de tekening, is het goed om je tekeningen naderhand nog eens te beschouwen en je dat proces nog eens te her-inneren.

Is Zen Zien Tekenen te vergelijken met het oplossen van een koan?

Uit de overwegingen hierboven blijkt voor mij dat in ieder geval enkele van de wezenlijke kenmerken van koanstudie terug te vinden zijn in de beoefening van Zen Zien Tekenen. Dat heeft Frederick Franck goed gezien.

Wat teken je? Wat zie je?

Click here for English version

Soms kom je ineens iets tegen waarvan je denkt: “Dát ga ik tekenen”. Maar misschien gebeurt het vaker dat je denkt: “Wát zal ik eens gaan tekenen?”.

Een vraag die beter past bij Zen Zien Tekenen is eigenlijk: “Wat zou ik eens aandachtig willen bekijken?” Dat kan de vraag oproepen: “Wat leent zich eigenlijk voor Zen Zien Tekenen?”

“elk ding, elke dag” (zegt Frederick Franck in zijn 10 geboden van het Zen Zien Tekenen)

teken, teken, teken, teken, … alles” (schreef Lenie Otten in haar brief aan mij)

Alles wat in het licht staat is het ‘waard’ om gezien te worden en legitiem om er te ‘zijn’.” (schreef Leo van Vegchel in reactie op wat overdenkingen van mij). 

Stel, je trekt de stoute schoenen aan en zoekt een rustig plekje in een park, om daar te gaan tekenen. Je kijkt om je heen. Wat zie je? Misschien dit:

Een boom die in een grasveld staat. Wat paardenbloemen in het gras.

De dingen die je als eerste gewaarwordt zijn vaak de dingen die je vertrouwd zijn. Ze vallen als eerste op. Een boom. Gras. Paardenbloemen.

Als je een kind vraagt een boom te tekenen, tekent het meestal het silhouet van een boom. Ook volwassenen zullen dat meestal doen. Een soort paaltje, de stam, met een wolkachtig bolletje erop, de kroon, bijvoorbeeld. We weten ongeveer hoe een boom, gras en een bloem eruit zien, en kunnen ze bijna blindelings tekenen… denken we.

Bij Zen Zien Tekenen dwing je jezelf wat langer te kijken. Aandachtig te kijken. Als we dan heel precies kijken zien we al snel dat een boom er anders uit ziet dan een recht paaltje met een wolkachtig bolletje erop. De stam van de boom lijkt wel recht, maar is dat niet. De kroon van deze boom is helemaal geen wolkachtig bolletje. En grassprietjes blijken er allemaal net anders uit te zien.

Bij Zen Zien Tekenen gaat het om onbevangen waarnemen, onbevangen zien/tekenen. Door aandachtig te blijven kijken en te tekenen, zien we veel meer dan de globale vorm, het silhouet.

De huid van de dingen (bij Zen Zien Tekenen noemen we dat de contour, dat is dus wat anders dan het silhouet) kan ons bijvoorbeeld op gaan vallen. De zachtheid van een bloemblaadje, de iets hardere stengel van de paardenbloem, het scherpe randje van het gras, de ruwe bast van de boom, het zachte van de bladknop die net is opengegaan.

We kunnen de ruimtelijkheid van de dingen gaan zien. De ronding van de boom, hoe een boom in de ruimte tussen andere bomen staat, hoe de bomen verderop dunner lijken, dat je daar minder detail van ziet. Je ziet hoe blaadjes elkaar half bedekken, hoe de één voor de ander hangt, hoe bladeren hol en bol kunnen zijn, dikte hebben, hoe het puntje van een blad naar voren krult. We zien volume, diepte, ruimtes.

Als we inzoomen op de paardenbloem kunnen we zien hoe het steeltje daarvan in de loop der tijd een bochtje maakte om langs de boomwortel naar het licht te groeien. Hoe bladeren afhangen. Hoe een boom tegen een schutting aan leunt, de schutting weggedrukt wordt. We kunnen de bewegingsneiging van dingen zien, ook wel het gebaar genoemd.

Kijken we nog eens naar de bladeren dan zien we soms hoe een dun blad felgroen kan oplichten als de zon het van achteren beschijnt. En hoe een deel van het blad in de schaduw van een ander blad hangt. Soms zien we een waaier van lichtstralen door een boomkruin naar de grond stralen, het gras belichten. We zien licht dat op iets valt, lichtstralen, de doorschijnendheid van vormen.

Zelden is wat we zien bewegingloos. Bijna altijd is er wel beweging. We zien de dunne takken van de boom ritmisch bewegen op de wind; een blad dwarrelend naar beneden vallen; lang gras dat golvend deint op windvlagen.

Kortom, als we langer kijken is er zoveel meer te zien dan het silhouet van iets.

Maar hoe teken je de zachtheid van een huid, hoe teken je beweging op een statisch vel papier, hoe teken je bewegingsneiging, hoe teken je licht met een zwart potlood, hoe teken je diepte op een twee-dimensionaal vel papier?

Binnen de traditie van het Zen Zien Tekenen zijn daar oefeningen voor ontwikkeld (zie bijvoorbeeld op dit blog ook ‘Het lichamelijke van Zen Zien Tekenen’, maar vooral ook het boek Zen Zien Tekenen). Oefeningen om beter waar te nemen. Maar het zijn geen recepten. Ze vertellen je niet hoe je het moet doen. Ze helpen een beetje. Maar uiteindelijk zul je gewoon goed moeten kijken, je tekenhand oefenen en je oog-hand-coördinatie ontwikkelen.

Soms lijkt het onbegonnen werk om iets te tekenen. Hoe teken je een struik met duizenden blaadjes? Zie het als een oefening, of als een opgave die vergelijkbaar is met een koan in de zentraditie. De oplossing vind je niet op een rationele manier, door hard na te denken. De oplossing moet zich al tekenend, al-ziende aandienen. Dus “teken, teken, teken, teken … alles”.

Wil je ook kennismaken met Zen Zien Tekenen, dan kan dat op verschillende manieren:

Loslaten van tekeningen

Eerder schreef ik over Zen Zien Tekenen als hulpmiddel om rust in je hoofd te krijgen, om je even niet mee te laten slepen in gedachtetreintjes. Om zo ruimte te maken voor de buitenwereld.

De aandacht voor het zien tijdens Zen Zien Tekenen kan helpen gedachtetreintjes stil te zetten. Maar meteen ligt er een ander gevaar op de loer: er komen gedachtes op over de tekening zelf…

De lijnen kloppen niet met wat ik zie.
Het ziet er slordig uit.
Het lijkt niet.

En voor je het weet doe je je best om een ‘mooie’ tekening te maken. Je focust je niet meer op het zien. Je gaat oordelen, nadenken over hoe het beter kan. Je hebt minder aandacht voor wat er om je heen is.

Had je je aandacht eerst verlegd van je gedachtetreintjes naar de buitenwereld, nu richt hij zich op je tekening, en op je wil om te presteren. Voor de meesten van ons is dat lastig. Niets menselijks is ons vreemd.

Zo kan Zen Zien Tekenen een oefening worden in ‘loslaten’: steeds opnieuw teruggaan naar de aandacht voor het zien. Steeds weer proberen je niet zo druk te maken over de tekening die daaruit voortkomt.

Oefeningen gericht op loslaten

Er bestaan oefeningen die helpen bij het loslaten.

Je kunt een tekening bijvoorbeeld terugkijken en dan proberen aan de lijnen te zien waar je echt aandacht had voor je omgeving en waar je eigenlijk vooral bezig was de lijnen wat ‘mooier’ of wat kloppender te maken. Dit is vooral een confrontatie-oefening die je kan stimuleren het volgende keer wéér te oefenen.

Een andere aanpak is om tijdens het tekenen zo weinig mogelijk — of zelfs helemaal niet — op je papier te kijken. Dan wordt je zeker niet afgeleid door de getekende lijnen.

Je kunt ook de gewoonte ontwikkelen je tekening naderhand weg te gooien — misschien zelfs ongezien. In de wereld van de haiku-poezie doet een legende de ronde die hiermee te maken heeft. Haiku-dichten is namelijk — net als Zen Zien Tekenen — ook een oefening in jezelf openstellen voor de natuur, voor je omgeving. Volgens die legende schreven haiku-dichters hun haiku’s op briefjes die ze niet bewaarden maar door de wind lieten meenemen, de wereld in. Zonder een naam erop en zonder de haiku ooit terug te zien. Zo zou je ook bij Zen Zien Tekenen je tekening naderhand weg kunnen gooien, of ergens achter kunnen laten. Maar dat gaat bijna iedereen te ver.

Ik doe dat zelf bijvoorbeeld niet. Ik bewaar ze. Als herinneringen aan tekenmomenten. Als ik een tekening terugzie, herinner ik me namelijk direct weer de situatie waarin ik zat te tekenen. Dat is dan weer een mooie stimulans om door te gaan. Over het bewaren van tekeningen, er naderhand nog eens naar kijken en er dan eventueel nog wat aan doen, schreef Maria Adriaens eens een brief aan Leo van Vegchel. Die is de moeite waard om ook eens te lezen. De aanbevelingen in die brief volg ik nu en dan op. Je vind de brief hier.  (Dank aan Nelleke voor de tip) 

Ik heb in het verleden wel gemerkt dat naarmate ik mijn tekeningen meer aan anderen liet zien (of ze deelde op Facebook, of Instagram), ik het belangrijker begon te vinden dat de tekeningen ‘mooi’ werden. Ik durfde er steeds minder op te vertrouwen dat mijn tekenhand vanzelf zijn werk wel deed. Sindsdien bewaar ik mijn tekeningen nog wel, maar deel ik ze wat minder uitbundig.

Wil je ook kennismaken met Zen Zien Tekenen, dan kan dat op verschillende plaatsen in het land, zie daarvoor de aankondigingen voor introductiecursussen  op de website van Zen Zien Tekenen. Voor lessen in de buurt van Rotterdam kun je je ook via deze site aanmelden, kijk daarvoor hier.

‘Zen’ in Zen Zien Tekenen

Bij zen denk ik aan stilte. Aan jezelf in stilte openstellen voor wat zich aandient. Aan gedachtes, of aan waarnemingen.

Als je je open wilt stellen voor wat zich uit je omgeving aandient, helpt stoppen met denken. Maar hoe stop je met denken? Jezelf voornemen niet te denken lukt meestal niet. Dan ga je steeds checken of het al lukt en ben je daar dus weer over aan het denken.

Intensief denken en aandacht voor wat er om je heen is, gaan niet samen. Stoppen met denken lukt beter als je je aandacht bewust richt op iets anders dan je denken. Als je kijkt en luistert naar wat er om je heen is.

Maar als we dat proberen, merken we dat onze aandacht al snel weer verslapt. We hebben de dingen al zovaak gezien. Ach, weer zo’n bloem, zo’n auto, zo’n vliegje. We raken verveeld. En voor we het weten worden we al weer meegenomen in onze innerlijke gedachtetreintjes, of gaan onze ogen naar iets anders op zoek.

Tekenen is een goede oefening om onze aandacht ergens bij te houden. Als we iets willen tekenen, moeten we onze aandacht er wel bij houden. Een tekening verraadt namelijk op welke momenten je aandacht verslapt was.

Door onze aandacht erbij te houden, door te blijven kijken, gaan we dingen zien die we eerder over het hoofd zagen, omdat onze blik weer wegdwaalde. Onderstaande anekdote doet verslag van hoe mijzelf dat overkwam tijdens het tekenen op een vakantie in de Elzas.

Ik zit op een campingstoel in de schaduw naast de caravan. Het is heet. Vijfendertig graden. Te heet om eropuit te gaan. Vóór me staat een boom. Ik besluit de boom te gaan tekenen. 

zzt-zomer-2015_0001

Ik pak mijn potlood en tekenblok en begin. Voor me zie ik de boom en ik zie struiken en grassen. Nu ik dat zo zie realiseer ik me dat de grond rond de boom een voedingsbodem vormt voor die struiken en grassen, en omgekeerd. Natuurlijk, ze zijn er neergezet door de campingeigenaar, maar ze leven naast en met elkaar. Op de boom zie ik korstmossen. Op zijn beurt vormt de boom voor hén een voedingsbodem. In de struiken zie ik een vogeltje heen en weer wippen. Een ander vogeltje komt erbij. De ruimte tussen de takken beschermt hen tegen de brandende zon, althans dat vermoed ik. Langs een grasspriet kruipt een kevertje omhoog. Een vlinder fladdert rond de struik en nipt zo nu en dan aan iets. Een sliert mieren kruipt langs de boom omhoog, een andere omlaag. Ik kan het niet zien, maar waarschijnlijk hebben zij een nest gemaakt in de grond tussen de kluwen wortels van boom, struiken en grassen.

Voordat ik begon te tekenen zag ik een boom. Nu, na het Zen Zien Tekenen realiseer ik me dat ik een hele leefgemeenschap zag: allerlei levensvormen in afhankelijkheid levend met en naast elkaar. 

Dat is wat tekenen kan doen: in stilte gewaarworden hoe niets op zichzelf bestaat. Dat niets bestaat zonder iets anders. Hoe iets altijd gebruik maakt van zijn omgeving en daaraan ook geeft.

(Zie ook het bericht ‘Verbondenheid‘)

Wil je ook kennismaken met Zen Zien Tekenen, dan kan dat op verschillende plaatsen in het land, zie daarvoor de aankondigingen voor introductiecursussen  op de website van Zen Zien Tekenen. Voor lessen in de buurt van Rotterdam kun je je ook via deze site aanmelden, kijk daarvoor hier.

 

Verbondenheid

Waarnemen met een onbevangen geest vraagt training [1]. In de traditie van het Zen Zien Tekenen is de voornaamste oefening die van het — in stilte — onbevangen waarnemen [2]. Het woord zien in Zen Zien Tekenen staat voor dit onbevangen waarnemen. Binnen Zen Zien Tekenen wordt een verschil gemaakt tussen kijken en zien.

Kijken is de dingen afzonderlijk bekijken, het verschil zien, de afgescheidenheid. Zien van Zen Zien Tekenen is het geheel zien. Alles zien alsof het de eerste keer is [3].

In een artikel op de site van Zen Zien Tekenen staat: Bestaat de werkelijkheid uit allemaal van elkaar gescheiden zelfstandige delen (zoals wij vaak denken), of is alles onlosmakelijk onderdeel van een groter geheel? Mijn stelling is dat er in de werkelijkheid die wij waarnemen geen zelfstandigheden bestaan. [4]

Dat sluit aan bij het begrip inter-zijn van Thich Nath Hanh: het idee dat alles onlosmakelijk met elkaar verbonden is. In onderstaand filmpje legt hij dit uit aan de hand van de hartsoetra (vorm is leegte, leegte is vorm). Hij legt het boeddhistische begrip leegte uit als leeg van een zelfstandig, afzonderlijk bestaan. Dit is één van de inzichten waarin je je door middel van het zien van Zen Zien Tekenen kunt verdiepen.

[1] Leo van Vegchel: Onbevangen waarnemen, kan dat?
[2] Nelleke Metselaar (2014) De mystiek van het tekenen. Eindscriptie Hoogeschool van Geesteswetenschappen, Utrecht
[3] Lenie Otten: Brief aan Arnold
[4] Aad Breed: Duale taal strijdig met non-duale werkelijkheid. Uit VORM&LEEGTE 60, 2010 Nr.3.