1. In stilte zien

Bij zen denk ik aan stilte. Aan jezelf in stilte openstellen voor wat zich aandient. Aan gedachtes, of aan waarnemingen.

Als je je open wilt stellen voor wat zich uit je omgeving aandient, helpt stoppen met denken. Maar hoe stop je met denken? Jezelf voornemen niet te denken lukt meestal niet. Dan ga je steeds checken of het al lukt en ben je daar dus weer over aan het denken.

Intensief denken en aandacht voor wat er om je heen is, gaan niet samen. Stoppen met denken lukt beter als je je aandacht bewust richt op iets anders dan je denken. Als je kijkt en luistert naar wat er om je heen is.

Maar als we dat proberen, merken we dat onze aandacht al snel weer verslapt. We hebben de dingen al zovaak gezien. Ach, weer zo’n bloem, zo’n auto, zo’n vliegje. We raken verveeld. En voor we het weten worden we al weer meegenomen in onze innerlijke gedachtetreintjes, of gaan onze ogen naar iets anders op zoek.

Tekenen is een goede oefening om onze aandacht ergens bij te houden. Als we iets willen tekenen, moeten we onze aandacht er wel bij houden. Een tekening verraadt namelijk op welke momenten je aandacht verslapt was.

Door onze aandacht erbij te houden, door te blijven kijken, gaan we dingen zien die we eerder over het hoofd zagen, omdat onze blik weer wegdwaalde. Onderstaande anekdote doet verslag van hoe mijzelf dat overkwam tijdens het tekenen op een vakantie in de Elzas.

Ik zit op een campingstoel in de schaduw naast de caravan. Het is heet. Vijfendertig graden. Te heet om eropuit te gaan. Vóór me staat een boom. Ik besluit de boom te gaan tekenen. 

zzt-zomer-2015_0001

Ik pak mijn potlood en tekenblok en begin. Voor me zie ik de boom en ik zie struiken en grassen. Nu ik dat zo zie realiseer ik me dat de grond rond de boom een voedingsbodem vormt voor die struiken en grassen, en omgekeerd. Natuurlijk, ze zijn er neergezet door de campingeigenaar, maar ze leven naast en met elkaar. Op de boom zie ik korstmossen. Op zijn beurt vormt de boom voor hén een voedingsbodem. In de struiken zie ik een vogeltje heen en weer wippen. Een ander vogeltje komt erbij. De ruimte tussen de takken beschermt hen tegen de brandende zon, althans dat vermoed ik. Langs een grasspriet kruipt een kevertje omhoog. Een vlinder fladdert rond de struik en nipt zo nu en dan aan iets. Een sliert mieren kruipt langs de boom omhoog, een andere omlaag. Ik kan het niet zien, maar waarschijnlijk hebben zij een nest gemaakt in de grond tussen de kluwen wortels van boom, struiken en grassen.

Voordat ik begon te tekenen zag ik een boom. Nu, na het Zen Zien Tekenen realiseer ik me dat ik een hele leefgemeenschap zag: allerlei levensvormen in afhankelijkheid levend met en naast elkaar. 

Dat is wat tekenen kan doen: in stilte gewaarworden hoe niets op zichzelf bestaat. Dat niets bestaat zonder iets anders. Hoe iets altijd gebruik maakt van zijn omgeving en daaraan ook geeft.

(Zie ook het bericht ‘Verbondenheid‘)

 

Advertenties

2. Loskomen van tekeningen

Eerder schreef ik over Zen Zien Tekenen als hulpmiddel om rust in je hoofd te krijgen, om je even niet mee te laten slepen in gedachtetreintjes. Om zo ruimte te maken voor de buitenwereld.

De aandacht voor het zien tijdens Zen Zien Tekenen kan helpen gedachtetreintjes stil te zetten. Maar meteen ligt er een ander gevaar op de loer: er komen gedachtes op over de tekening zelf…

De lijnen kloppen niet met wat ik zie.
Het ziet er slordig uit.
Het lijkt niet.

En voor je het weet doe je je best om een ‘mooie’ tekening te maken. Je focust je niet meer op het zien van de wereld om je heen. Je gaat oordelen, nadenken over hoe de tekening beter kan worden.

Had je je aandacht eerst verlegd van je gedachtetreintjes naar de buitenwereld, nu richt hij zich op je tekening, en op je wil om te presteren. Voor de meesten van ons is dat lastig. Niets menselijks is ons vreemd.

Zo kan Zen Zien Tekenen een oefening worden in ‘loslaten’ of ‘loskomen’: steeds opnieuw teruggaan naar de aandacht voor het zien. Steeds weer proberen je niet zo druk te maken over de tekening die daaruit voortkomt.

Er bestaan oefeningen die helpen bij het loskomen van de tekening.

Je kunt een tekening bijvoorbeeld terugkijken en dan proberen aan de lijnen te zien waar je echt aandacht had voor je omgeving en waar je eigenlijk vooral bezig was de lijnen wat ‘mooier’ of wat kloppender te maken. Dit is vooral een confrontatie-oefening die je kan stimuleren het volgende keer wéér te oefenen.

Een andere aanpak is om tijdens het tekenen zo weinig mogelijk — of zelfs helemaal niet — op je papier te kijken. Dan wordt je zeker niet afgeleid door de getekende lijnen.

Je kunt ook de gewoonte ontwikkelen je tekening naderhand weg te gooien — misschien zelfs ongezien. Ik doe dat zelf niet. Ik bewaar ze. Over het bewaren van tekeningen, er naderhand nog eens naar kijken en er dan eventueel nog wat aan doen, schreef Maria Adriaens eens een brief aan Leo van Vegchel. Die is de moeite waard om ook eens te lezen. Je vind de brief hier.

3. Verbondenheid

Waarnemen met een onbevangen geest vraagt training. In de traditie van het Zen Zien Tekenen is de voornaamste oefening die van het — in stilte — onbevangen waarnemen. Het woord zien in Zen Zien Tekenen staat voor dit onbevangen waarnemen. Binnen Zen Zien Tekenen wordt een verschil gemaakt tussen kijken en zien.

Kijken is de dingen afzonderlijk bekijken, het verschil zien, de afgescheidenheid. Zien van Zen Zien Tekenen is het geheel zien. Alles zien alsof het de eerste keer is.

In een artikel op de site van Zen Zien Tekenen staat: Bestaat de werkelijkheid uit allemaal van elkaar gescheiden zelfstandige delen (zoals wij vaak denken), of is alles onlosmakelijk onderdeel van een groter geheel?

Als je goed kijkt zie je dat alles op elkaar ingrijpt, dat niets kan bestaan zonder iets anders. Zoals ik dat zag bij het tekenen van die boom, toen ik op vakantie was in de Elzas.

Dat sluit aan bij het begrip inter-zijn van Thich Nath Hanh: het idee dat alles onlosmakelijk met elkaar verbonden is. In onderstaand filmpje legt hij dit uit aan de hand van de hartsoetra (vorm is leegte, leegte is vorm). Hij legt het boeddhistische begrip leegte uit als leeg van een zelfstandig, afzonderlijk bestaan. Dit is één van de inzichten waarin je je door middel van het zien van Zen Zien Tekenen kunt verdiepen.

4. “Het Zien als kern” (brief van Lenie)

Na een aantal jaren met Zen Zien Tekenen bezig te zijn geweest, ontstond bij mij de behoefte me opnieuw te bezinnen op de kern van Zen Zien Tekenen. Ik schreef mijn gedachtes daarover op en stuurde die naar Leo en Lenie.

Leo reageerde uitgebreid op mijn lijstje van tien punten door middel van waardevolle reflecties op de meeste van die punten. Lenie schreef mij een inspirerende brief. Je vindt hem hier op de website van Zen Zien Tekenen.

5. Opmerken in plaats van kijken

Over tekenen als meditatie worden naast concrete, ook nogal veel abstracte dingen verteld. Dat kan misschien ook niet anders. Maar soms wordt wat abstract was, ineens invoelbaar en levend.

Op de Zen Zien Teken-pagina op Facebook schreef Leo van Veghel over een vertaald citaat dat hij onder ogen kreeg. Een citaat van John Ruskin, geciteerd in ‘The Art of Travel’ van Alain de Botton. Ik zocht de citaten via Google op en vertaalde ze zelf opnieuw. In eigen woorden, om ze beter te begrijpen. Het laatste citaat, ook uit datzelfde boek, voegde ik zelf toe. Met dank aan Leo voor deze inspirerende citaten. Ze maakten me weer eens duidelijk waarom ik vaak de behoefte voel om te tekenen.

“Tekenen komt niet zozeer voort uit de behoefte om bekend te worden, of om iets goeds te doen voor anderen of jezelf, maar uit een soort instinctieve behoefte, zoals eten en drinken.”

“[…het] gaat om het in jezelf opnemen van waardevolle elementen uit je omgeving; iets goeds dat zich buiten je bevindt breng je naar binnen.”

“Ik ging vaak in het gras liggen en tekende de grassprietjes zoals ze groeiden – totdat elke vierkante meter weide of oever, deel van mij werd.”

“Tekenen leert ons te zien: op te merken in plaats van alleen maar te kijken.”

Als ik teken raak ik vertrouwd met dat wat ik teken, met ‘de tienduizend dingen’ om me heen. Vanzelf ontstaat dan ook een soort waardering daarvoor. En dat is óók waar het me om gaat.

Deze overweging verscheen, in iets gewijzigde vorm, op 16 augustus 2014 ook in het Boeddhistisch Dagblad.

6. Het tekenen laten gebeuren

Naar aanleiding van één van mijn tekeningen correspondeerde ik ooit met Holger Wendt  (een Zweeds tekenaar die workshops bij Frederick Franck volgde). Ik was ontevreden over de slordige lijnen in één van mijn tekeningen. Over die tekening zei hij:

“Je hebt de qi van enkele van die mensen weten te vangen, hun richtingen, gebaren, houdingen, hun denken […] en als we dat doen maakt het niet meer uit hoe een lijn eruit ziet, want iets van de uitdrukking van zíjn, van leven, zal er dan in doorklinken.”

Chinese begrippen: wuwei

In het taoisme kent men behalve het begrip qi, ook het begrip wuwei dat ongeveer te vertalen is als: ongeforceerd handelen, het handelen ‘laten gebeuren’, vertrouwen op je lichaam. Ook Zen Zien Tekenen is gebaseerd op wuwei: je probeert het tekenen van de hand te laten gebeuren; dat lukt alleen als je kalm en ontspannen bent en dan durft te vertrouwen op je tekenende hand, zodat je je aandacht kunt houden bij dat wat je ziet en natekent. Basistechnieken van het Zen Zien Tekenen zoals contourtekenen en gebaartekenen zijn daarop gebaseerd. Je laat de tekenbeweging als vanzelf gebeuren, terwijl je dat wat je natekent niet alleen ziet, maar ook (bijna lichamelijk) voelt. Zo tekenen lukt het beste als je lichamelijk ontspannen en geestelijk kalm bent.

Hoe werkt dat dan?

In zijn inmiddels klassieke boek ‘The Natural Way to Draw (Houghton Mifflin Company Boston, 1941) legt Kimon Nicolaides de genoemde technieken zeer uitgebreid uit. Frederick Franck moet dat boek haast wel gekend hebben. Bij het contourtekenen zoals hij dat beschrijft voel je bijna lichamelijk het aanraken van je onderwerp alsof je met je vingertoppen over het oppervlak ervan streelt. Bij gebaartekenen is het alsof je in je eigen lichaam de houding of beweging voelt van je onderwerp: hoe het opgetild wordt, naar voren gedrukt wordt, soepel naar beneden hangt, etc.

Nicolaides schrijft: ‘Bij het leren tekenen, zijn beide oefeningen nodig en de ene vormt een tegenwicht voor de andere. Als je op die manier lang oefent ga je de structuur van dat wat je tekent leren begrijpen, hoe het in elkaar zit – en daarmee bedoel ik iets diepers dan slechts de anatomie’.

Ik denk dat hij dit begrijpen niet zo heel erg verstandelijk bedoelt, maar dat het eerder verwant is aan wat de Chinezen (en Holger Wendt) aanduiden met ‘het vangen van de qi’ van een ding, plant, of de persoon die je tekent.

Het kan je in intiem contact brengen met je onderwerp. Het maakt dan niet uit hoe de getekende lijn eruit ziet, er zal iets in doorklinken van het zijn, van het leven. En dat raakt aan het wezen van Zen Zien Tekenen.

7. Frederick Franck’s Tien Geboden

Frederick Franck schreef: “Deze Tien Geboden over  Zen Zien Tekenen werden aan mij geopenbaard op een berg, maar ook in een wei, op een strand en zelfs in de metro. Want ze werden geleidelijk aan geopenbaard, stuk voor stuk, in de loop der tijd, en altijd wanneer ik aan het tekenen was, en altijd op heilige grond. Maar dat laatste zou kunnen komen doordat, als je aan het tekenen bent alle grond heilig is: één met het Al.

1. Teken alles en doe dat iedere dag weer.
2. Wacht niet op inspiratie, want die komt niet als je wacht, maar als je werkt.
3. Vergeet wat je denkt te weten en zelfs wat je geleerd hebt.
4. Adoreer je goede tekeningen niet en vergeet de slechte tekeningen onmiddellijk.
5. Teken niet met tentoonstellingen in je achterhoofd en teken niet om andere critici dan jezelf te plezieren.
6. Vertrouw alleen op je ogen en laat je handen je ogen volgen.
7. Zie de muis die je tekent als belangrijker dan wat er in alle musea in de wereld verzameld is, want
8. Gij zult de tienduizend dingen met heel uw hart liefhebben en van een grasspriet houden als van uzelf.
9. Beschouw elke tekening als je eerste: een viering van het ontwaakte oog.
10. Vraag je niet af of je wel eigentijds bezig bent, want je bent je eigen tijd… en die is kort.”

Frederick Franck